![]()
| Een deel van de huidige generatie is opgegroeid met digitale technologie, zoals een computer, het internet, een mobiele telefoon, televisie met afstandsbediening, MP3-spelers, et cetera. Voor deze zogenaamde ‘digital natives’ staat het internet centraal. Alles heeft een aansluiting met het internet. De ‘digital natives’ doen privé ontzettend veel via het internet. Ze zitten op sociale netwerken om vrijwel alles met elkaar te delen. Ze zoeken via zoekmachines naar informatie over van alles en nog wat, en als het op het internet staat, dan zal het wel waar zijn. Zo redeneren ze. Besef van identiteit, privacy en auteursrechten hebben ze nauwelijks, en druk maken om dergelijke thema’s doen ze al helemaal niet. Althans, niet zolang ze er zelf niet mee in aanraking komen. Deze generatie, en met name het jongere deel ervan, verwacht in de nabije toekomst in het bedrijfsleven dezelfde vrijheid te hebben. Dat kan nog wel eens voor conflicten zorgen. Thuis kunnen ze alles vinden, en in het bedrijf weten ze waarschijnlijk niet waar te zoeken. Ze willen, net als thuis, via een zoekmachine kunnen zoeken in gestructureerde en ongestructureerde data en dan willen ze ook nog het liefst deze en andere eigen gevormde informatie delen via sociale netwerken. Dat kan nu nog niet of slechts beperkt. De wijze waarop mensen en informatie technologie met elkaar samenwerken, is veranderd. Het wordt dan ook tijd dat de thuistechnologie binnensluipt in de bedrijfstechnologie. Het gaat niet alleen om data intern in het bedrijf aanwezig, maar ook om data op het internet over het eigen bedrijf en over concurrenten. Op het internet zijn veel gegevens en informatie te vinden over de producten van het bedrijf. Productenreviews, discussies over producten en het bedrijf zelf, over het merk, enzovoorts. Een intelligente organisatie zal dan ook haar data (gestructureerd) – en informatie (ongestructureerd) bronnen van binnen en buiten het bedrijf aan elkaar koppelen om een zo nauwkeurig beeld van het eigen bedrijf en producten te krijgen. Een toekomstbeeld waarbij Business Intelligence (BI) informatie uit simpele zoekresultaten komt is niet onvoorstelbaar. Sociale netwerkenSociale netwerken zijn de afgelopen jaren een belangrijke rol gaan spelen. De netwerken worden met name gebruikt om informatie met elkaar te delen. Informatie via chatgesprekken, informatie via videobeelden, maar ook informatie via gegenereerde rapporten en analyse. Denk maar aan thuiswerken en het contact dat je hebt met je collega’s. Informatie die gedeeld wordt in dit soort chatgesprekken en videobeelden zijn voor bedrijven een bron van informatie. De sociale netwerken zullen dus gescand moeten worden op informatie. Het liefst inclusief datum en tijd van wanneer de informatie is uitgewisseld. De zoekmachines moeten patroonherkenning gaan krijgen en zullen non-informatie moeten kunnen filteren. Laten we ook even stil blijven staan bij het feit dat consumenten het liefst zo snel mogelijk een antwoord op hun vraag over je bedrijf of je producten willen hebben. Als ze dit via je bedrijf niet snel genoeg krijgen, dan gaan ze dit vragen op forums, blogs en andere sociale websites. Andere doen dit weer via het sturen van een e-mail naar je bedrijf. Feit is dat al deze mogelijkheden bronnen van informatie zijn. Implicaties voor het bedrijfslevenAl deze bewegingen leiden er toe dat er ‘nieuwe’ technologieën in het bedrijfsleven geïntroduceerd worden. Er worden nieuwe samenwerkingsmogelijkheden geformeerd. Gegevens op het internet en intranet moet gelezen kunnen worden. De bedrijfsapplicaties moeten deze gegevens verwerken tot informatie. Informatie moet gecommuniceerd kunnen worden via sociale netwerken. Je ziet dit nu al gebeuren. Sociale applicaties slaan een brug tussen gegevens op het internet, bedrijfsapplicaties en sociale netwerken. En wat doet het bedrijfsleven? Ze sluiten deze mogelijkheden uit door de firewallpoorten dicht te zetten. Sociale netwerken worden geblokkeerd. Is dit verstandig? Misschien op korte termijn wel. Bedrijven zijn bang voor verlies van arbeidstijd en bedrijfskritische gegevens. De veiligheid binnen het bedrijf is er nog niet op ingericht dat deze gegevens niet in verkeerde handen kunnen vallen. Op lange termijn is het zeker niet verstandig om het bedrijf af te sluiten van de buitenwereld. De huidige generatie gaat dan een uitweg zoeken waardoor het wel mogelijk wordt. De consument wil graag ‘in control’ zijn en blijven. Een bedrijf doet er dus verstandig aan om hun security zo in te regelen dat het zoeken op intranet en het communiceren op internet mogelijk wordt. Bedrijven moeten er voor zorgen dat hun bestaande systemen geen desinvestering wordt omdat deze niet meer in de juiste context gebruikt kunnen worden. Ze moeten er voor zorgen dat hun intranet en bedrijfsapplicaties sociaal bewust worden. Deze moeten door data gedreven worden en on-the-fly aangepast kunnen worden naar gelang de behoefte. Hoe meer men gebruik maakt van open source en open standaarden, des te gemakkelijker dit kan. Open source en open standaarden geven bedrijven de vrijheid die closed source hen niet geeft. Men kan applicaties makkelijker aanpassen aan de processen en meer met elkaar combineren door het gebruik van open standaarden. Ze moeten nu dus al het fundament gaan leggen om sociale netwerken en het zoeken via nieuwe technieken mogelijk te maken. Dit begint al op infrastructuurniveau. Deze moet gereed zijn om met de nieuwe technologie om te kunnen gaan. Als het fundament nu al niet gelegd gaat worden, zullen ze op korte tot middellange termijn de boot missen en gepasseerd worden door bedrijven die dat wel doen. Zij hebben immers veel betere informatie. Internet als besturingssysteemBovenstaande leert ons dat het werkgebied van BI zich uitbreidt naar het internet, naar sociale netwerken, naar sociale applicaties en naar andere zoekmogelijkheden (search engines). Via open standaarden kan je veel met elkaar verbinden. Dus ook informatie. Hier is dus een mooie rol weggelegd voor open source business intelligence (OSBI). Je ziet dit nu al buiten OSBI gebeuren. Het internet wordt als het ware het nieuwe ‘besturingssysteem’. Het interne netwerk wordt gekoppeld aan het externe netwerk, het sociale web. Een hele nieuwe wereld gaat open. Google is een bedrijf dat dit nu al heel goed begrepen heeft. Laat OSBI een rol spelen in die open wereld. |
Digital natives: wil je meer weten over digital natives, kijk dan hier digitalnatives.org en bekijk ook deze video, waarin Urs Gasser, van het Research Center for Information Law van de Universiteit van St. Gallen in Zwitserland, uitlegt wat digital natives zijn.
Sociale netwerken zijn websites waarop gebruikers een profiel aanmaken en deze met het profiel van iemand anders kunnen verbinden. Voorbeelden zijn Hyves, LinkedIn, MSN, Facebook, Twitter, FriendFind en Plaxo. LinkedIn is een sociaal netwerk gericht op het contact tussen collega’s, zakenpartners en zakenrelaties en die via de netwerken van hun contacten kunnen zoeken naar projecten, expertise en informatie. Alle sociale netwerken maken gebruik van de inhoud die gebruikers aanleveren. Het is een typisch voorbeeld van het Web 2.0. Sociale applicaties zijn applicaties met een set van open sociale applicatie interfaces (API; Application Programming Interface). Via deze open interface kunnen ze onderling gemakkelijk met elkaar communiceren. Voorbeelden van zo een interface zijn de OpenSocial API en de Facebook API. |
Dit artikel is op 4 december 2008 geplaatst op:


